wp7c47f516.png
wp4f7fcc2e_0f.jpg
wpffd09a55.png
wpa4264497.png
wp95811b8e_0f.jpg
wp7bb90470.png

wp2f95473a.png

wpffec29d9.png

wp9b6c2a15.png

wpb442be1d.png

wp7460f059.png

wp6ba49a57.png

wpe9b6b05f.png
wpddd4ae73.png
Om je als kunstenaar te kunnen ontwikkelen heb je soms wat geluk nodig. Zo mocht ik als 11- jarig meisje schilderen in het atelier van mijn tante Rie.

Ik denk dat ik zonder haar aanmoediging niet naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten was gegaan.
Ik heb me in de loop der tijd vooral gericht op het schilderen van portretten.
Daarbij is de moeilijkheid niet zozeer gelegen in het doen lijken van het portret – dat is puur een kwestie van techniek en routine – maar in het doen van vondsten die het schilderij ook interessant maken voor toeschouwers, die geen band hebben met de geportretteerde. De schilders van De Ploeg, die op hun beurt geïnspireerd waren door het Duits Expressionisme, zijn daar goed in geslaagd.
Een schilderij
interessant maken voor toeschouwers..